PROCES

De vorm van de uitvinding.
Kinderen van de bovenbouw (groep 6,7,8) bespreken hoe hun uitvinding eruit gaat zien. 
De belangrijke vraag waarom het er zo uit moet zien wordt ook besproken. 
Ze werken tijdens dit gesprek samen aan 1 tekening. Ze praten vooral over vorm. 

Concept + Vorm 
Hoe gaat de uitvinding eruit zien? Wat kan de uitvinding allemaal? Ze werken aan hun concept tijdens het ontwerpen. 

Van 2D naar 3D. 
Kinderen werken van tekening naar prototype, de vertaling van 2D naar 3D.
 Ze werken samen aan een ontwerp van 15 cm. 

Concept presentatie 
Er wordt een concept verteld door kinderen uit groep 6
Het concept hebben ze zelf ontwikkeld door de omgeving om hun heen. 
Ze zijn geinpireerd door kinderen uit hun klas. 

Vraag de vraag, waarom. 
Je hoort aan de jongen dat hij nog niet over de antwoorden heeft nagedacht, 
maar door vragen zoals waarom en hoe,
kan je een opening maken zodat ze er over na kunnen denken en hun concept verder kunnen ontwikkelen. 

Bekijk het werk alsof je door een museum loopt. 
Al hun werkjes worden op een simpele manier gepresenteerd en door de hele klas bekeken. 
Zet hun werk op een podium en de kinderen zullen het werk serieus bekijken en de verhalen achter het werk willen weten.

Begin van het proces.
Kinderen praten over al hun ideeen. Er gebruiken hun fantasie en roepen door elkaar hun ideeen naar elkaar. 
Luisteren naar elkaar dat gebeurt nog niet. Ze bespreken nog niet waarom het een goed idee maar alleen wat ze in hun hoofd hebben zitten. 
Pas tijdens het maken bespreken ze waarom ze de uitvinding gaan maken.

Een tafel met materialen voor de kinderen om prototype's te bouwen. 
Ik heb geen uitleg gegeven hoe ze de materialen moeten gebruiken, ik geef geen voorbeeld zodat ze zelf met het materiaal gaan spelen