Kinderen kunnen van elkaar leren

Ik heb al snel gemerkt dat kinderen naar elkaar kijken als ze aan het maken zijn. Vooral de kinderen die het moeilijk vinden om met de vrijheid om te gaan. Zij weten niet zo goed weten waar ze moeten beginnen. Het kijken naar andere kinderen, zal het kind helpen om te beginnen. Het kind ziet dat het voor iedereen zoeken is en dat is precies hoe het proces begint. Er zijn kinderen die meteen een plan hebben. Zij weten wat ze willen maken en dat begint vaak met wat ze interessant vinden. Er zijn echter meer kinderen die aan het zoeken zijn naar ideeën. Door dat kinderen elkaar nadoen en met elkaar in gesprek gaan, zullen ze elkaar erg goed kunnen helpen.

 

In het begin van de les moedig ik kinderen aan om elkaar te helpen. Daarom draait het in de lessen ook zo vaak om samenwerking. Als kinderen samenwerken kan het concept groeien. Het project wordt interessanter voor de kinderen. Door het samenwerken zal ook de fantasie groeien, omdat het gesprek blijft doorgaan tijdens het maken. Hoe gaan we het maken? Hoe gaat het eruit zien? Welke materialen gaan we gebruiken? Waarom gebruiken we deze materialen?

 

Hoe kunnen kinderen elkaar helpen?

Het doel is om een uitvinding te bedenken. Ze hebben verschillende concepten bedacht en alles is op dit moment mogelijk. De kinderen komen met de gekste uitvindingen. Er zijn ook kinderen in de klas die het een moeilijke opdracht vinden. Ze vinden het moeilijk om een uitvinding te verzinnen. In de eerste 4 weken heb ik aandacht gegeven aan de kinderen die juist makkelijk concepten kunnen ontwikkelen en dit kunnen omzetten in beeld. Waarom ik eerst de kinderen aandacht geef die het meteen aanpakken? Omdat kinderen erg goed zijn in afkijken. Het afkijken bedoel ik niet in de negatieve zin. Afkijken heeft ook te maken met kijken hoe de ander het aanpakt en hier kunnen ze iets van leren. Na de eerste 4 weken zijn er al heel veel kinderen vrijer in denken om een uitvindingen te verzinnen. Toch blijf je in elke klas een paar kinderen hebben die dit moeilijk vinden. Het gesprek met een individueel kind is belangrijk om erachter te komen waarom hij het moeilijk vindt. Dat kan voor ieder kind anders zijn. Probeer vooral eerst ruimte te laten voor klasgenoten om deze kinderen te helpen. Het liefste wil je niet dat ze het voor de andere gaan maken, maar het is wel een begin om het kind die het proces moeilijker vind te laten zien hoe het moet. Ook kunnen kinderen erg goed met elkaar in gesprek als het gaat over maken. Ze spreken naar elkaar uit hoe de vormen eruit zien en met welk materiaal het gemaakt moet worden. Als kinderen met elkaar hier over praten, helpen ze elkaar. Ze helpen elkaar met ideeën maken, materialen bewerken, concepten bedenken en nieuwe vorm en technieken ontdekken.

 

Als ze gaan samenwerken, kunnen kinderen die het wat makkelijker vinden taken geven aan degene die het moeilijker vinden. Want tijdens het samen werken moeten er taken worden verdeeld en zo weet het kind wel precies waar hij kan beginnen. Meestal is het begin het moeilijkste voor het kind. Dit verdelen van taken kan hier dus goed bij helpen.

 


 

Gesprekken met de kinderen tijdens de les

Wat is er belangrijk als je achter het doel van het kind probeert te komen? Het begint bij de focus te leggen op het pad wat ze bewandelen. Dat pad is super vrij en heeft geen richting. De kinderen mogen zelf richting bepalen. Tijdens deze reis hoop je dat de kinderen dingen tegen komen die ze van te voren niet hadden verwacht. Dit zal niet zo snel gebeuren als een kind altijd met een gegeven doel in hun hoofd aan de slag gaat. Het zal geen doel zijn wat de docent van te voren logischerwijs kan verwachten. Hoogstwaarschijnlijk zal het een afslag zijn die je zelf nog nooit hebt genomen.

 

Vervolgens is het de taak als docent om ze in dit doel te begeleiden, in de resterende tijd van de lessen. Hoe kan je ervoor zorgen dat ze nieuwe dingen tegenkomen? De eerste stap is door te blijven vragen waarom en hoe.

 

De eerste 8 weken zijn wij bezig geweest met een uitvinding. Ik heb de lessen destijds zo opgebouwd, dat de kinderen na 8 weken zelf een uitvinding hadden ontworpen. In dit proces was het eindresultaat niet het belangrijkste. Het maakproces was veel belangrijker. Hierom heb ik de meeste aandacht gegeven aan het voelen van vrijheid. Zodat de kinderen fantasie kunnen omzetten naar beeld. Dat heb ik vooral gedaan door het gesprek aan te gaan met de kinderen. Kinderen te begrijpen waar hun inspiratie vandaan komt en dit proberen uit te dagen door vragen terug te stellen. De waaromvraag was daarvoor erg belangrijk, want elke uitvinding had een persoonlijk verhaal. De kinderen waren zo vrij gelaten in het kiezen van hun uitvindingen, dat ze meestal een onderwerp kozen waar ze interesse in hebben. Dit zorgt er ook voor dat een opdracht langer leuk blijft.

 

Het gesprek met de kinderen kost tijd, maar het is belangrijk dat je daar de tijd voor neemt. Ook om het gevoel te geven aan de kinderen dat je samen aan het experimenteren bent. Als je samen aan het ontdekken en onderzoeken bent dat geef je het kind het gevoel dat hij zelf zijn eigen concept/verhaal/idee mag maken. Het is dan belangrijk dat je meegaat in zijn of haar verhaal. Vraag om meer details en hoe ziet het idee er dan uit in vorm en materiaal? Dit geld eigenlijk voor alle lessen. Ga samen met de kinderen aan tafel zitten en ga dat gesprek aan. Ga samen met de kinderen persoonlijke concepten ontwikkelen.

 


 

Vragen stellen aan de kinderen tijdens het maken.

De inspiratie van Iris van Herpen gebruik ik niet in de uitleg van de kinderen. Ik gebruik deze bij het voeren van de gesprekken tijdens de lessen. Als kinderen het moeilijk vinden om een uitvinding te verzinnen, dan probeer ik met een gesprek erachter te komen wat ze leuk of interessant vinden.

In het geval de kinderen niet weten waar ze moeten beginnen met het verzinnen van een uitvinding. Dan vraag ik het kind: “Wat vindt je leuk om te doen?” Dat kan variëren van buitenspelen tot sporten, gamen, tekenen, interesse in dieren, natuur of mode. De volgende belangrijke vraag is dan: “Wat vind je er dan zo leuk aan?” Bij heel veel kinderen komt er op dat moment al snel een link met een uitvinding. Bijvoorbeeld: “Oh mag ik ook iets verzinnen voor mijn paarden?” of: “Een tool waar ik beter mee kan worden in gamen?” Deze combinatie werkt altijd erg goed. Gebeurt dit niet in het gesprek dat geef ik nog een laatste zetje om bijvoorbeeld het volgende te vragen, wel afhankelijk van de interesse natuurlijk: “Wat zou buiten spelen nog leuker maken, kunnen we daar iets voor verzinnen?” Of: “Waardoor zou je nog beter kunnen paardrijden, kunnen we daar een uitvinding voor verzinnen?” Het woord ‘we’ gebruiken helpt ook heel erg, omdat de meeste kinderen die het moeilijk vinden om te beginnen een beetje onzeker zijn. Mede door de vrijheid die ze van mij hebben gekregen. Met het woord ‘we’ gaan we samen het proces aan en ga je het gesprek verder aan over wat deze uitvinding dan zou kunnen zijn. Wel goed de opdracht in je achterhoofd houden. Is het wel echt een uitvinding? Dus is het echt iets wat we nog niet kennen, wat nog niet is bedacht. Iris van Herpen is een inspiratie geworden voor het proces van mijn lessen. Hoe kan ik kinderen verder helpen in hun proces? In de hoop hun fantasie om te kunnen zetten in beeld. Op deze manier kunnen ze ook hun fantasie delen met anderen.

 

 


 

Samen met de kinderen evalueren.

Samen evalueren met de kinderen kan op verschillende manier, maar eerst wil ik jullie vertellen waarom het belangrijk is. Tijdens het maken, experimenteren en ontdekken gebeurt er veel. Ik vind het belangrijk dat kinderen daar bewust van worden. Omdat ze ontdekkingen doen met het materiaal wat verschillende technieken kan opleveren. Daarnaast kan je er nieuwe concepten mee ontwikkelen. Daarom vraag ik de kinderen meestal achteraf hun proces te vertellen. Dit is een leerproces waar kinderen steeds beter in worden hoe vaker je dit doet. Het eerste evaluatiegesprek zullen de kinderen het moeilijker vinden om te vertellen wat ze allemaal hebben ontdekt. Na een paar lessen zullen ze meer in detail kunnen vertellen. Over wat voor proces ze hebben doorlopen om uiteindelijk te maken wat ze hebben gemaakt. Het belangrijkste tijdens de evaluatie is dat je de juiste vragen stelt. Vragen waar je zelf ook nog geen antwoord op hebt. Je bent namelijk samen aan het ontdekken. Je houd als docent in je achterhoofd dat het proces zichtbaar wordt doormiddel van woorden. Begrijpt iedereen na de evaluatie hoe ze tot dit idee zijn gekomen? Zo niet, laat de andere kinderen vragen stellen zodat ze het beter moeten gaan uitleggen.

 

Belangrijk tijdens het evalueren:

-         Maak het proces zichtbaar door vragen te stellen aan de kinderen.

-         Kleine ontdekkingen krijgen even veel aandacht als grote ontdekkingen.

-         Houdt het doel tijdens het evalueren in je achterhoofd, zo kan je gerichte vragen stellen.

-         Laat de kinderen aan elkaar vragen stellen, zodat ze worden uitgedaagd en dieper moeten graven in het proces om tot antwoorden te komen.

-         De kinderen laten elkaar ontdekkingen zien, andere kinderen kunnen hiervan leren. Benoem dit!

 

Evalueren kan ook tijdens de les, dit helpt kinderen om elkaar ideeën te geven. Laat de kinderen even stoppen en roep ze bij elkaar. Op dat moment kunnen de kinderen vertellen wat ze allemaal hebben ontdekt. Hierdoor kunnen kinderen die het moeilijker vinden of nog niet zijn begonnen, ook ideeën opdoen. Daarnaast is het ook belangrijk omdat het kind bewust wordt wat hij of zij aan het doen is. Hierdoor kunnen ze daarna veel gerichter verder met hun doel. In dit gesprek is het belangrijk dat je de kinderen stimuleert om verder te gaan met experimenteren. Vragen die je kan stellen om het evaluatie gesprek opgang te krijgen, hangen heel erg af van de les en de focus daarvan.

 

Fantasie gebruiken:

Gaat het over ideeën bedenken, concepten ontwikkelen, eigen interesse ontdekken, ben dan nieuwsgierig naar waar hun ideeën vandaan komen. Geef niet zo veel aandacht aan hoe ze dat hebben om gezet in beeld. Je gaat vooral aandacht geven aan fantasie. Hoe hebben ze hun interesse omgezet in een concept of idee. Het is in deze fase nog niet belangrijk hoe ze het hebben verwerkt in hun project.

 

Experimenteren met materiaal:

In deze fase gaat het minder om het idee maar wat ze allemaal hebben ontdekt. Ze gaan het materiaal zelf ontdekken. Welke stappen zijn belangrijk om tot deze ontdekkingen te komen. Daarnaast zullen ze ook door het experimenteren het materiaal beter leren kennen, daar mag je ook aandacht aan geven. De eigenschappen van het materiaal.

 

Materiaal ontdekken:

Materiaal ontdekken komt van het experimenteren. In deze evaluatie ga je alleen aandacht geven aan het materiaal en welke technieken ze hebben gebruikt om bij het eindproduct te komen. Geef niet te veel aandacht aan het eindproduct maar de reis er naar toe. Hoe zijn ze hier gekomen en wat hebben ze ontdekt.

 


 

Brainstormen met de kinderen

In het begin van elke les kan je samen met de kinderen brainstormen. Wat houdt dat in? In elke les zitten verschillende onderdelen die je met de kinderen kan ontleden zonder dat jij het antwoord geeft. De taak van de docent is zo veel mogelijk vragen stellen. Ontleden doe je door te vragen aan de kinderen wat je er allemaal bij kan bedenken.

 

Voorbeeld voor de lessen waar ze een uitvinding maken:

-         Wat is een uitvinding?

-         Wat doet een uitvinder?

-         Kan iemand zelf een uitvinding bedenken?

 

Tijdens de brainstorm houd je strak vast aan het idee wat een uitvinding is. Een uitvinding is iets wat nog niet bestaat. Als kinderen iets bedenken wat (nog niet) bestaat ga je daar op in door te vragen: is dit een uitvinding? De uitvinding die is bedacht, bestaat die al?

 

Pak een groot vel en stiften. Laat de kinderen woorden opschrijven of kleine tekeningen maken wat te maken heeft met een uitvinding. Het zelfde vel papier mag door meerdere kinderen gevuld worden zodat het aan het eind vol is. Aan het eind is iedereen gevoed met ideeën.

 

Het brainstormen kan je ook door de kinderen zelf laten doen. Verdeel de kinderen in groepjes en geef elk groepje 1 groot vel papier en meerdere kleurpotloden. Laat de kinderen zelf hun ideeën op papier zetten. Het gesprek tijdens de brainstorm is erg interessant voor de docent zelf. Je zal er zelf ook ideeën van krijgen om bijvoorbeeld nieuwe lessen mee te ontwikkelen.

 


 

Elkaar inspireren juf en kind

In je eentje lessen bedenken is best wel moeilijk. Om lessen te ontwikkelen moet je geïnspireerd worden. Hoe kan je dat doen? Begin door jezelf af te vragen wat je belangrijk vindt tijdens beeldende vormgeving. Als voorbeeld nemen we het ontdekken van een techniek. Je wilt graag dat de kinderen zelf technieken gaan ontdekken, maar hoe laat je de kinderen dat doen? Dat is door goed naar de kinderen te kijken en ze te observeren tijdens de lessen. Schrijf letterlijk alles op wat je ziet. Geïnspireerd raken om lessen te ontwikkelen begint namelijk met observeren. Hoe werken kinderen met materialen, kleuren en vorm? Welke gesprekken voeren de kinderen met elkaar? Welke projecten zijn voor jou interessant en waarom? Welke stappen die de kinderen maken zijn niet interessant voor jou en waarom? G­­­­­oed observeren is iets waar je jezelf in kan trainen. Dit is iets wat herhaling nodig heeft. Deze herhaling helpt in het herkennen van een patroon. Een patroon tussen verschillende soorten lessen en je gaat er uiteindelijk kunnen uithalen wat voor jou belangrijk is.

 

Dit zal helpen bij het ontwikkelen van nieuwe lessen die te maken hebben met dat onderdeel. Om zelf lessen te ontwikkelen zal je kleine onderdelen uit verschillende lessen halen om zo een les te maken dat jou doel ondersteund. De kinderen kunnen jou hierbij helpen. Naast dat je goed gaat kijken wat er gebeurt moet je ook goed luisteren naar de kinderen. Wat haalt een kind uit een gemaakt werkstuk, wat vertellen ze erover? En waarom? Houd je doel in het achterhoofd, in dit geval technieken ontdekken. Hebben ze deze les een nieuwe techniek ontdekt? Ja of nee? Zijn de kinderen er bewust van dat ze een nieuwe techniek hebben ontdekt? Ja of nee?

 

Om nieuwe lessen te ontwikkelen hoef je zelf niet eerst alle technieken op te zoeken of zelf te ontdekken. Kinderen kunnen jou hierbij helpen. Wil je dat de kinderen met bepaald materiaal leren werken? Ga dat dan samen doen, haal het materiaal uit de kast en ga samen op zoek wat je allemaal met het materiaal kan doen. Dat kan op een simpele manier: Leg het materiaal in het midden en vraag aan de kinderen wat je er allemaal mee kan maken. Tijdens samen experimenteren ga jij opzoek of een kind een bepaalde techniek laat zien. Herhaal deze techniek zodat ook de andere kinderen hier bewust van worden. Het kunnen ook technieken zijn die jij zelf nog niet kent. Technieken buiten de conventionele technieken om. Voor mij is het een techniek als de kinderen er een creatie van hebben kunnen maken.