LESSEN OVER EXPERIMENTEREN.

leren experimenteren

Situatie in de klas:

Tijdens het maken van de uitvindingen kwam ik erachter dat er 2 verschillende soorten groepen waren. De ene groep maakt een niet-functioneel object en de andere groep juist wel een functioneel object. De eerste groep daagt zichzelf minder uit en experimenteert daardoor minder. De andere groep, vraagt meer van het materiaal door een functioneel object te willen maken. Hierdoor wordt er meer geƫxperimenteerd.

 

Voorbeeld van een functioneel object in de klas: een racebaan met loopings.

Deze racebaan werd tijdens het maken vaak getest. Ze namen een raceauto mee en die werd wel 100 keer door de heen geduwd en bij elke test werd er aan de baan gesleuteld. Ze werden echt getest door de baan zelf. Als het autootje niet verder kwam, dan was de baan niet goed genoeg. Het papier moest steviger worden gemaakt. Dit was aan het begin van de baan, waar hij van de tafel naar de grond liep. Dit was bedoeld om het autootje vaart te geven zodat hij de looping zou halen. Dit stuk was te slap. Het was interessant om te zien of dat de kinderen gaan zien dat het te slap is? Kunnen ze de volgende stap zetten en bedenken hoe je papier steviger moet maken? Helaas niet was dit niet het geval. De kinderen werden een beetje boos op elkaar en de papieren baan werd kapot gemaakt van frustratie. Meteen daarna werd een nieuw baan gebouwd op dezelfde manier. Bij deze les kwam ik erachter dat als kinderen een functioneel object willen maken zichzelf meer uitdagen. In dit specifieke geval het materiaal, met zijn eigenschappen, die de kinderen uitdaagt.